Leden van het sociaal systeem

    De veranderingen vragen veel van de leden van het sociaalsysteem: partner, kind, ouders, broers en zussen. Elk van hen heeft zijn eigen specifieke rouw en moet dit een plaats in het nieuwe leven zien te geven.

    Partner

    De partner heeft in zekere zin zijn maatje, zijn liefdespartner verloren en er is een ‘ander’ voor in de plaats gekomen. Het kost tijd om deze nieuwe persoon te leren kennen en waarderen.  De hersenschade kan leiden tot een verstoring van de voormalige gelijkwaardigheid. Er kan zelfs een rolverandering gevoeld worden van partner naar verzorger. De “gezonde” partner is van de ene op de andere dag de dragende factor in de relatie geworden en dat voelt vaak eenzaam.

    Het is een ingewikkeld proces om de relatie opnieuw te definiëren. Deskundige hulp kan er toe leiden dat in eerste instantie als onwil geduid gedrag gezien kan worden in termen van onvermogen. Door het afnemen van frustratie, treedt minder irritatie op en dat kan ruimte bieden voor de ‘nieuwe’ partner. Vaak kunnen mensen het hierdoor vol houden. Soms is de relatie op de oude manier niet vol te houden en moet de “gezonde” partner in zo goed mogelijk overleg met de door het hersenletsel beschadigde partner andere wegen inslaan. Het is belangrijk om ook op een dergelijk moment de veiligheid te ervaren van een niet veroordelende hulpverlener, die weet hoe ingewikkeld het proces van hersenletsel kan zijn en weet heeft van de sociale kaart van Nederland wat betreft dagbesteding, logeren en wonen voor mensen met hersenletsel.

    Ouders

    De ouders moeten hun ‘nieuwe’ kind als het ware weer opnieuw ontdekken. De vertrouwdheid, die vaak zo kenmerkend is voor de band tussen ouders en kind, moet soms weer opnieuw ervaren worden. Kinderen reageren anders dan voorheen en gaan na ernstig hersenletsel vaak in versneld tempo allerlei ontwikkelingsstadia door die de ouders allang met hen doorlopen hadden. Verwachtingen van ouders moeten worden bijgesteld. Opeens is hun kind een kind geworden met een soort van “eeuwige zorg”. Ouders moeten weer sterk in de rol van ouders, terwijl ze misschien juist wel stapjes terug hadden gedaan en het aan hun zoon of dochter hadden overgelaten hun eigen leven te leiden. Na deze ingewikkelde periode moeten ouders hun kind opnieuw doorgeven aan het leven: Hun kind gaat met zijn of haar hersenbeschadiging min of meer ‘gewoon’ door (met alle zorgen die de ouders daar zelf over hebben) of hun kind heeft professionele zorg nodig, waardoor zorg overgedragen moet worden. Vooral dit laatste is vaak een buitengewoon ingrijpend en pijnlijk proces voor ouders.

    Kinderen

    Kinderen van een ouder met hersenletsel hebben het vaak moeilijk. Jonge kinderen begrijpen niet waarom hun vader of moeder opeens zo anders is. Oudere kinderen ‘weten’ het wel, maar ‘begrijpen’ het net als hun gezonde ouder maar beperkt. Vaak gaat in de acute en revalidatiefase alle aandacht uit naar de partner of ouders, maar weinig naar de kinderen. Gelukkig begint daar wat in te veranderen. Het is erg belangrijk dat kinderen uitleg krijgen op hun niveau over de gevolgen van hersenletsel. Kinderen hebben de neiging om gebeurtenissen en gedragingen van de ander sterk op zichzelf te betrekken. Zij kunnen daardoor met rare schuldgevoelens komen te zitten en met het idee dat zij dingen fout doen. Voor kinderen is het ingewikkeld te praten over hun veranderde vader of moeder. Er is sprake van groot loyaliteitsconflict: je zegt geen rare dingen over je ouders. Kinderen hebben vaak deskundige hulp nodig om goed met een dergelijke situatie om te gaan. Uit onderzoek blijkt dat kinderen in dit soort situaties de neiging hebben volwassen gedrag te gaan vertonen als ze daar nog niet aan toe zijn en hun ouders te beschermen. We noemen dit parentificatie.

    Op school, in de vrije tijd en in relaties met leeftijdsgenoten kunnen problemen ontstaan.

    Het is belangrijk te realiseren dat dit proces ook geldt voor kinderen met een ouder die al op jongere leeftijd hersenletsel heeft opgelopen, bijvoorbeeld voor hun geboorte. Ook deze kinderen kunnen naarmate zij ouder worden moeite krijgen met de hersenbeschadigde ouder en zijn dan gebaat bij professionele ondersteuning.

    Broers en zussen

    Mijn zus
    En iedereen roept: ach en wee
    En iedereen die zegt: o jee
    Het zit die zus van jou toch ook niet mee
    Maar verdomme, wie denkt er nog aan mij
    Ik voel me vaak zo totaal alleen gelaten
    Alles draait in dit gezin steeds om mijn zus
    En hoe ik me voel heeft niemand in de gaten.

    (van de cd ‘8 liedjes over niet-aangeboren hersenletsel’ van Flashback, uitgegeven door Groot Klimmendaal)

    Wanneer een kind in een gezin hersenletsel heeft of krijgt, betekent dit eigenlijk altijd dat de broers en zussen in aandacht moeten inleveren. Vaak tekent het hersenletsel ook hun hele leven. Het is goed om hier aandacht aan te besteden. Zeker in de eerste – vaak heftige – periode thuis, gaat de meeste aandacht van de ouders naar het zo goed mogelijk ondersteunen van hun hersenbeschadigde kind en dat verhoudt zich moeizaam tot de aandacht voor de anderen.

    © 2018 - Hulp Bij Hersenletsel